Met haar relatief korte nek vrij hoog en fier omhoog getild keek ze met samengeknepen ogen over het heuvellandschap uit, en snoof de ijzige wind in. Haar korte, punkerige manen werden zo mogelijk nog meer door de war geblazen en haar oren lagen lichtjes in haar nek door de felle wind. Haar blik leek licht bewolkt te zijn terwijl ze ongeduldig snorkte, en de neiging om zich languit op het lange gras om te laten vallen onderdrukte. Getver, ze had geen zín meer. Ze had gewoon géén zin in vandaag. Vandaag was begonnen met een immens slaap tekort door het doorwaken van een hectische nacht, waarin een jagend wolvenpaar besloten had dat zij het nieuwste doelwit was. En wat voor een sukkel zou ze zijn om, al waren ze weggejaagd met een paar fikse trappen en een beet, gewoon weer in slaap te vallen, wat erg dom zou zijn. Ze hinkte door de beet in haar been die ze opgelopen had; Geluk bij een ongeluk was het dat er geen fatale plekken of pezen geraakt waren. Maar ze zou niet gaan huilen, zeuren of klagen –in haar ogen zwak, het was haar eigen schuld en dan had ze maar beter op moeten letten en die wolf geen kans moeten geven. De eerste vogels zongen al vrolijk en chagrijnig had ze in gedachten geschreeuwd dat ze hun kop verdikkeme moesten houden; er waren hier personen die niet zo’n kalme nacht hadden beleefd.
Nu was haar oogopslag lodderig en de grijze oogleden hingen half voor haar grote, feloranje irissen.
Een tochtje naar de top van een heuvel, waar de wind vrij spel had, zou haar dus geen kwaad kunnen doen, had ze geconcludeerd. En inderdaad had het geholpen; Terwijl ze onbewust haar mond half open liet hangen alsof ze de bries in wilde drinken en haar ogen voor kort sloot, slechts luisterde naar het ritselende, sappige gras, voelde ze weer de rust wederkeren. Zennnnnn…
Haar ogen schoten geïrriteerd open toen er een schelle hinnik over de vlakte ging. Ze gromde iets binnensmonds over ‘verstoorders van de orde’ etc. Ze dacht even na terwijl ze redelijk stoned naar de horizon tuurde, zuchtte diep als een oud mannetje of vrouwtje in haar geval en zette zich af van de ondergrond. In een ferm drafje dat slechts een beetje onregelmatig liep door haar been stevende ze in een regelmatig tempo naar het desbetreffende paard, nog niet zeker wetend of ze er veel genegenheid voor op kon brengen aangezien haar dutje van drie seconden zojuist verstoord was. Uiteindelijk stopte ze haar passen toen ze op een afstandje van een bruine merrie stond. Vaughn keek haar kort aan met een lege blik. “Oi, oi, oi.” Zei ze droogjes. Het gevaar dat ze elk moment in slaap kon vallen was misschien in de vagige blik in haar ogen af te lezen; Ze zou het niet weten. “WatsuuUwaaaahhuup.” In het midden van de zin geeuwde ze en keek de merrie toen weer redelijk stoned aan. Vaughn was vandaag niet compleet haarzelf. Niet volledig scherp, om het zo te zeggen. Zelfs de normaal altijd zo priemend op hun doelwit gerichte ogen, die brandden als de ogen van een uil, leken steeds half weg te vallen toen twee oogleden erover heen probeerden te schuiven; Alsof er lood aan haar wimpers hing. Ze schudde kort haar hoofd en keek met een iets wakkerder blik naar de merrie. “Mmmz…Hoe gaat het dr mee, meid.” Zei ze met een redelijk ongeïnteresseerde blik in haar ogen.