De merrie schudde haar manen. Getverdemme, de winter kwam er weer eens aan hoor. De bomen stonden er al zielig bij, en al hun verkleurde bladeren lagen op de grond. Dit was nummer een. Nummer twee was dat het hartstikke koud zou worden, en vachten zouden gaan groeien. En dan was nummer drie de sneeuw. En als ze iets wel haatte, was het die vervloekte sneeuw. Dat was koud, en smolt als het op je beef zitten en dan zou het koude water over je heen stromen. Alles aan de winter was vreselijk. Veel vonden de sneeuw eerst leuk, maar zodra ze er genoeg aan hadden verlangden ze allemaal, stuk voor stuk naar de lente. Dan zou alles weer gaan groeien, en de wereld weer vrolijk worden. Kleine dieren zouden worden geboren. Fuck, nu ze er bij nadacht zou haar veulen in de winter geboren worden. Of net in de herfst, iedergeval zou het koud worden voor het. Arme, kleine foetus. Ze keek naar haar buik, en nu ze erbij nadacht was haar buik écht boller geworden. Ze keek erna. Nee nu ze het goed zag was ze gewoon dik. Haar flanken staken abnormaal ver naar buiten. En nu ze er enorm goed bij nadacht, zou het helemaal niet lang meer duren voordat het dier zou komen. Nee, misschien een week of twee, of.. Fuck ze had er ook niet bij nagedacht, ze kreeg een veulen.. En nu, ze had Remember nog niet verteld. Nee, nee dat kon niet! Ze schrok van zichzelf. Ze was niet alleen door haar partner gedekt, maar ook door een ander, een verschrikkelijk wezen, en dat had ze Remember niet verteld. Ze beet op haar lip. Ze durfde het nieteens te vertellen, ze hield constant haar mond tegen hem erover. Ze schudde de gedachte weg. Het veulen was gewoon van Remember en het zou er ook op lijken. Ze zwiepte haar zwarte staart en zuchtte eens diep. Ze had er weer eens een potje van gemaakt.
Een hinnik bereikte haar bruine oren, met zwarte puntjes. Haar oren vlogen naar voren, en daar kwam dus ook het geluid vandaan. Ze draaide haar hoofd schuin en brieste eens. Ze stapte vlot door en liep dan rustig naar het geluid toe. Iemand zien was altijd wel fijn. Al snakte ze naar een potje bekvechten, ze moest aardig zijn. Ze was nu wel de onder-alpha van de Eternal Guardians, en ze moest zich er ook naar gedragen. Langzaam maar zeker bereikte een geur haar neus, en deze werd steeds sterker. Haar oren bleven nieuwsgierig naar voren staan, en ze hief haar staart lichtjes omhoog. Toen ze daarbij ook nog het geluid horen van hoeven. Aan het ritme was deze in draf. Haar ene oor werd naar achter gericht omdat ze dacht dat ze iets hoorde, en direct ernaar weer naar voren gericht. En al snel was een voskleurig dier in zicht gekomen. En het draafde op haar af.