Haar ogen waren nog steeds op de hengst gericht, totdat het veulen sprak over iets wat walhalla heette ofzo? Wat was dat nou weer? Waar had het veulen het nou weer over. Wat een raar beest. Ze klopte vast niet, er was vast een steekje los bij dat beest. De hengst antwoordde, zijzelf deed het maar niet, ze had toch de hele zin niet goed verstaan. Een grijns speelde rond haar mond, totdat het veulen wat tegen haar zei als antwoord. Haar amberkleurige ogen waren fel op het veulen gericht. Hoe durfde ze zo tegen haar te praten, dat kleine opdonder. Haar ogen boorden als het maar kon arrogant in haar ogen, en voordat het veulen kon wegkijken hief ze haar elegante hoofdje dominant op. 'Ik zou maar niet zo tegen mij praten opdonder.' Snauwde ze naar het veulen. Jezus, wat had ze een lef tegen Sugar. Ze bleef dom naar een plantje kijken, en praatte er zelfs tegen. Wat had dat beest? Man, wat is er nou interessant aan een plant?
Toen waren haar ogen weer op de hengst gericht, het veulen was voor haar geen waarde, dus keek ze er ook maar niet meer naar. Ze bekeek zijn gezicht eerst, een sneb en een kol waren zijn aftekeningen. Nou, een grote sneb dan, ze wist zo even niet wat de naam was van de aftekening. Een lange zwarte voorpluk viel over zijn gezicht heen, dat niet slecht was. De voorpluk -net zoals zijn lange zwarte manen, waren gekruld. Wat er tot Sugars mening aantrekkelijk uitzag. Zijn lichaam was verder gespierd, wat zweet deed zijn vacht glimmen. Nee, dit was zeker geen onaantrekkelijke hengst. Zeker niet, maar wat had je nou aan hengsten? Het enige wat leuk aan die beesten was om er mee te spelen. Een of twee keer kon. Soms nog wel vaker. Alleen Sugar liet ze toch later alleen maar vallen. Ze genoot van het feit dat ze dan bedroefd, of woedend op haar waren. Sommige moesten zelfs janken! Wat een zwakkelingen waren dat, man wat had ze die toen hard uitgelachen. Dat die hengsten zoveel waarde hechten aan een merrie. Dat zou ze nooit doen bij een hengst. Maar deze hengst was vast niet zo makkelijk, deze was vast moeilijker om tot hare te maken, en dan te laten vallen. Dat zou ze nog wel zien.
Hij kwam toen verder naar voren wat haar uit haar gedachten haalde. Een speelse grijns sierde haar gezicht. "Ja, ik zal je eens vertellen dat we hier met wel dríe opdonders zijn, heb je er wat tegen?" Zei de hengst, waarna hij snoof. Ze draaide haar gezicht weg om de inhoud van zijn neus niet tegen haar gezicht te krijgen. Ze keek hem toen weer aan, met nog steeds dezelfde speelse grijns. 'Hmm, ik zie toevallig een echt opdonder, maar ik vond het leuk om er twee van te maken. Drie lijkt mij te gezellig, dus zullen we het dan maar houden dat zei alleen een opdonder is? Jou bijnaam kleine vindt ik wat on-origineel, opdonder is toch veel leuker om over je lippen te laten rollen?' Ze keek hem uitdagend aan. 'Vervolgens, opdonder is mijn stopwoord. Ik noem iedereen opdonder. Ook jij, terwijl jij groter bent dan mij. Jij mag me best een opdonder noemen, alleen dat is niet zo verstandig van je om dan te doen.' Ze keek de hengst recht in zijn ogen met haar amberkleurige. 'Zullen we nou zo vriendelijk zijn en onze namen te noemen?' Sprak ze uitdagend en ze zette nog een stap naar voren. 'Sugar, is de naam. Zoet als suiker, zo is mijn geur ook die in jou neus tintelt, niet?' Ze keek de hengst recht aan, haar hoofd dichtbij de zijne, en ze blies uitdagend lucht tegen de plek tussen zijn ogen. Ze was het veulen totaal vergeten dat die hier nog rondhing? Wat zou die wel denken.