Courage keek licht paniek langs de horizon. Waar bleef Painted! Ze kon dit niet alleen af! Ze slaakte een diepe zicht toen ze een stipje aan de horizon steeds groter zag worden, tot het stipje een paard was geworden, en Painted Black heette. Painted bestede nauwelijks aandacht aan haar, wat Courage perfect vond. Als hij dat wel had gedaan had ze hem een klap op z’n kop verkocht. Hij moest met Amani bezi zijn, niet met haar. maar dat deed hij ook niet, dus z’n hoofd bleef heel. Courage was nog steeds in paniek, dus hoorde ze maar de helft van wat Painted zei. ''Die hoeft straks geen veulen meer'' Courage keek naar hem. “Dat hoorde ik!” Zei ze met een piepstemmetje. Amani kreeg de slappe lach en moest ook nog even kritiek geven op Courage haar toestand. ”Nee, die hoeft inderdaad geen veulen meer!” Courage keek beledigd. “Hallo! Ik sta hier hoor. Ik kan jullie gewoon horen!” Het hielp weinig. Amani had nog steeds de slappe lach en Painted leek verassent rustig.
Het duurde echter niet lang, of het veulen floepte de wereld in. Het kleine ding stond op, maar viel gelijk weer omver. ”Courage, volgende keer is het jouw beurt en ik zal erbij zijn om je aan het lachen te krijgen.” Zei Amani gierend van het lachen. Courage stak beledigd haar tong uit. Bij de tweede poging tot staan had het wel succes, en lukte het om bij Amani te gaan drinken. Toen keek het naar Amani en vervolgens naar Painted. ’’Bent u mijn vader?’’ Courage ogen werden groot van schrik. Dat was toch geen vraag voor een veulen! Zeker niet voor een die nog geen uur op de wereld was! ”Nee schat, ik ben onvrijwillig gedekt toen ik op weg was naar Painted Black. Maar hij is gewoon je vader en die andere hengst niet. Jouw naam is Padeau, vernoemd naar je vaders pleegmoeder. En deze hysterische meid is Courage, over een paar maanden gaan wij op kraambezoek bij haar want nu is het haar beurt.” Courage ogen werden groter. Ze wist niet dat Painted niet die vader was, en ze wist ook niet dat zij over een paar maanden al een veulen had. “En wie word de vader?” Vroeg ze plagend. Aangezien Amani ook al wist dat ze een veulen zou krijgen, zou ze vast ook wel weten wie de vader was. Klaarblijkelijk was de kleine, die dus Padeau heette, als de door voor Couraga, want het verstopte zich onder haar moeder, en toen ander haar vader. Vervolgens liep ze weer naar Amani. ”Niet bang zijn kleine Padeau!” zei die tegen haar. “Ik eet je niet op hoor!” Zei Courage met een warme glimlach. Toen begon ze ongerust met haar oren te draaide. Ze hoorde het geluid van hoeven op de grond, en ze kende de geur van het paard dat eraan kwam niet. Misschien was het wel iemand die Amani en het veulen kwaad kon doen! Courage ging zo voor Amani en Padeau staan, dat een mogelijke aanvaller moeilijker bij hun kon komen, en wachtte geduldig wie eraan kwam. Haar hysterische toestand had ze de kop ingedrukt, en nu was ze redelijk kalm, vond ze zelf. Het naderende paard nam een sprintje en bereikte hun toen. "Allo,Ik Ben Vagrusa, Wat een mooi veulentje” Deelde ze mee. Courage zuchtte opgelucht. Geen vijand. “Ik ben Courage, aangenaam.” Toen richtte ze zich op Amani. “Beetje melig?”