Even knipperde de merrie met haar ogen, simpelweg om er zeker van te zijn dat ze nog steeds met twéé benen in dezelfde dimensie stond. Een korte blik van haar ogen liet haar brein weten dat ze nog steeds op aarde leefde. Hoewel de merrie graag zou willen weten wat er na het leven was, wilde ze ook graag hier blijven. Een tweestrijd die haar gedachten maar niet los konden laten. Het irriteerde haar dat ze de kennis van het hiernamaals niet bezat, maar niemand was ooit teruggekomen uit de wereld hierna. Betekende dat dat die dimensie vele malen beter was dan waar ze nu leefde? Of waren ze door een groot gat opgeslokt, was hun ziel weggetrokken en leefde ze niet meer? Was dat het geval dan zou ze liever onsterfelijk zijn en voor altijd op deze wereld blijven leven. Misschien zou ze er wel nooit achter komen wat er hierna was.
Haar lippen kromde omhoog in de mysterieuze greins waarvan je meteen herkende dat deze door de duivel was geschapen. Rustig danste ze zijwaarts, weer wat stapjes weg van de hengst, nog steeds in het glorieuze licht gehuld. Geen een keer had haar blik de zijne los gelaten en haar cyaan gekleurde ogen priemden in de zijne. De reden was onduidelijk, en enkel Ivi wist waarom ze dit deed. Op de een of andere gekke manier was het tevens een soort dominantie spelletje, wie het eerst wegkeek. Tegelijkertijd probeerde ze alle informatie die in zijn ogen stond eruit te lezen en kon ze zo zijn reactie bepalen. Haar frêle lichaam werd behendig bewogen, stond geen seconde stil. Ook maakte haar hoeven een tikkend geluid op de harde bodem en kon niemand de stilte van de nacht beproeven. Ziedend lagen haar oren nog steeds tegen haar schedel gedrukt, hoewel ze soms even naar voren sprongen om een geluid op te vangen, daarna werden ze weer begraven in haar zijdezachte bos manen. Elk wezen om Ivi heen leek de onheil van haar lichaam te voelen, als een stel koppig magneten sprongen ze er dan vandoor.
`Jouw aanbod klinkt aanlokkelijk merrie. Ik zou graag de taak van mijn voorvaderen voort willen zetten op het punt waar zij niet verder konnen. Maar voordat er ook maar enige actie word ondernomen; ik wil wat meer details weten, en bovenal je naam. Die van mij is Condor´. Ivi voelde hoe lange, zwarte lokken langs haar kaak streelde en tegelijkertijd voelde ze hoe een onbeheersbare windvlaag door haar vacht woelde. Instinctief tilde ze haar staart wat omhoog zodat die haar lichaam beschermde tegen windvlagen. De veroveringsdrang van de merrie was zo groot dat het haar leven leidde, het had een deel van haar ziel over genomen. Alles was aangetast door onheil, haar bloed was zwarter dan de hel.
`Condor, dit was nóg geen aanbod. Ik denk, en je zal spoedig antwoord krijgen´ waren haar woorden, zoals altijd met enorm veel charisma uitgesproken. Een vurige blik verslond haar ogen, leek even aangewakkerd door zijn vraag. Dit vuur leek er altijd te zijn, te dansen rond haar pupillen.
`Detaillss, detaillss´ dacht ze hardop
`Natúúrlijk´. Een greins liet haar barse blik voor even verschroeien.
`Macht Condor´ weer was daar haar onweestaanbare stem, gek genoeg klonken de klanken weer wat serieuzer
`Meer kan ik niet zeggen. Dit woord moet je snappen, je moet de betekenis kennen. Er leiden honderden wegen naartoe, maar je moet de juiste kiezen. Deze weg kan ik niet zo 1, 2 , 3 vertellen´. Jammer, dit was zogezegd weer een puntje aftrek voor de bruine hengst. Telkens deed hij weer iets fouts, dan weer iets goed. Nog steeds waren haar hersens aan het denken, maar een antwoord was nog niet gevonden.
`Ividanara trouwens´.