1
Rise Today op ma 30 mei - 21:12
Vengeance
Het was spitsuur onder de geisers - elke paar seconden kwam er wel ergens een geiser omhoog. En geen kleintjes ook. Het water werd meters de lucht in gespoten. Maar weinig dieren waagden zich hier, ondanks de behaaglijke warmte. Er was immers altijd het risico dat een geiser precies onder je 'ontplofte', en dan was dat warme water ineens niet zo prettig meer. Maar Ven kon het weinig schelen. Hem kon eigenlijk niks echt schelen. Waarom zou hij daar energie in gaan steken? De witte, gespierde hengst stond in het midden van het plateau, omringd door geisers. Een voorbijganger zou hem gemakkelijk over het oog zien. Heerlijk, vond Ven - hij hield er niet van om in de aandacht te staan en was dan ook altijd op zoek naar een schuilplaats. Niet dat hij bang was. Hij wist dat hij sterker was dan de meeste anderen, en zelfs sterker dan de andere sterke hengsten beseften. Zo was hij nu eenmaal. Maar het gebeurde maar zelden dat hij al zijn kracht benutte. Af en toe had hij iemand gediend, iemand die hij respecteerde - niet vaak, maar het gebeurde. Als hij iemand echt zijn respect verdiend had zou hij diegene volgen en commando's opvolgen, zonder te vragen. En ze zouden erop kunnen rekenen dat hij ze tot in de perfectie uitvoerde. Voor zichzelf te beginnen had hij echter geen zin in, ook absoluut niet om het leiderschap op zich te nemen. Hij zou dan zorg moeten dragen om anderen. Pfft. Dat zou dus echt niet gebeuren. Op dit moment stond de hengst echter doodstil in het spetterende geweld, er simpelweg op vertrouwend dat hij dit ook zou overleven. Af en toe deed hij een stapje opzij, net optijd om een geiser omhoog te zien spuiten op de plek waar hij net stond. Met een sarcastische glimlach, eentje die nooit zijn lichtblauwe ogen bereikte, keek hij er dan naar. Voor de zoveelste keer op het nippertje ontsnapt aan de Zeis. Maar de glimlach verdween, net zo snel als die was opgekomen, en de hengst stond daar weer; onbeweeglijk, zijn witte manen en staart roerloos naar beneden hangend. Zijn ogen half gesloten. En toch oplettend. Hij kon elk geluid van ver horen aankomen en zou dus niet verrast kunnen worden, of het moest wel heel raar lopen.





