1
Basis Informatie Spelling op vr 25 feb - 19:16
Boots
Hallo!
Omdat je in het RPG veel moet schrijven enz. is het wel handig om een beetje grammatica hierna te zetten. Dus ik zet hier een klein overzicht neer van de vervoegingen van werkwoorden etc. om te spieken als je het even kwijt bent.
Werkwoorden Tegenwoordige Tijd
Ik pak even het simpelste werkwoord van allemaal: Lopen. Of eigenlijk het werkwoord dat ik altijd gebruik.
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik loop
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij loopt
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij loopt
- Zoals je ziet gaat er bij de ik-vorm of de stam alleen bij het hele werkwoord 'en' vanaf.
- Bij de jij-vorm komt de 't' er in de tegenwoordige tijd bij. Let op: Het is 'Je loopt' maar 'Loop jij' dus als bij het werkwoord je of jij erachter staat schrijf je het als de ik-vorm.
- Bij de hij-vorm krijg je alleen 't' erachter. Ook als 'hij' achter het werkwoord staat.
In de meervoudsvorm gebruik je het hele werkwoord.
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij lopen
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie lopen
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij lopen
Zo werkt het ook met woorden waar je 'DT' krijgt. Stam + T. In het meervoud heb je daar niet mee te maken.
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik word
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij wordt
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij wordt
Gebiedende Wijs
Als je een Gebiedende Wijs in de zin wilt hebben staan, staat die meestal vooraan de zin en altijd in de ik-vorm, dus:
Loop eens naast me.
Werk eens wat harder!
Werkwoorden Verleden Tijd
En hier gaat het iets anders dan in de tegenwoordige tijd. Je moet eerst kijken of je met een sterk of een zwak werkwoord te maken hebt. Eerst iets over die twee:
Zwak Werkwoord
Mensen noemen ze zwak omdat ze hulp nodig hebben, of beter gezegd extra letters. In het enkelvoud is dat 'te' of 'de' en in het meervoud 'den' of 'ten.' De
Ik gebruik nu het werkwoord 'pakken:'
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik pakte
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij pakte
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij pakte
Zoals je ziet verschilt het enkelvoud niet en is dat gewoon hetzelfde.
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij pakten
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie pakten
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij pakten
En ook hier zijn de werkwoorden hetzelfde.
Maar nu de dubbelde T en dubbele D wanneer je die krijgt met het werkwoord 'pesten'
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik pestte
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij pestte
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij pestte
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij pestten
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie pestten
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij pestten
Sterk Werkwoord
Mensen noemen deze sterk, omdat ze veranderen. Bijvoorbeeld 'lopen', want dat verandert in 'liepen.' Nou veranderen niet alle werkwoorden die sterk zijn in een 'ie', dat verschilt per werkwoord. Een voorbeeld hier van met het werkwoord zeggen:
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik zei
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij zei
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij zei
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij zeiden
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie zeiden
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij zeiden
't K.O.F.S.C.H.I.P.
Het Kofschip is een handig hulpmiddel. Dan weet je wanneer 'ten' of 'te' erachter moet zetten. Dit kun je gebruiken bij zwakke werkwoorden. Je neemt dan het hele werkwoord, bijvoorbeeld 'verven' en vervolgens haal je 'en' eraf. Verv is met een V op het eind en die zit niet in het Kofschip, dus schrijf je het met een D in de verleden tijd of bij het voltooid deelwoord.
Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord bestaat altijd uit twee werkwoorden: De persoonsvorm en het voltooide gedeelte. De persoonsvorm is bij een voltooid deelwoord altijd een vorm van 'hebben' en 'zijn.'
H E B B E N
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik heb
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij hebt
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij hebt
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij hebben
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie ebben
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij hebben
Z I J N
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik ben
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij bent
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij is
[I]Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij zijn
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie zijn
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij zijn
Het tweede werkwoord krijg je meestal 'ge' of 'be' of 'ver' voor. Denk hierbij aan zin als:
'Ik ben begonnen.'
'Ik heb gepakt.'
'Ik heb verpakt.'
De letter die je erachter krijgt, vind je door het Kofschip toe te passen.
Zelfstandige Naamwoorden
Kenmerken
- Een zelfstandig naamwoord is iets waar je meestal een lidwoord [de, het of een] voor kan zetten. [Welke je ervoor zet kan je meestal horen]
- Een zelfstandig naamwoord is iets waar je meestal een meervoud van hebt
Meervoud
Een zelfstandig naamwoord in het meervoud zetten is niet bijzonder moeilijk. Meestal zet je er 'en' achter en eventueel nog een medeklinker [b, c, d, f etc.] zoals bij stal - stallen. Als je de medeklinker niet zou toevoegen, spreek je het uit als 'staalen' in plaats van 'stallen'. Een paar voorbeelden:
Stal - Stallen
Doos - Dozen
Kop - Koppen
Verkleinen
Dan krijg je er meestal 'je' of 'tje' of een medeklinker erachter. Dus:
Paard - Paardje
Stal - Stalletje
LET OP:
Koning - Koninkje
Ketting - Kettinkje
Bijvoeglijke Naamwoorden
Dat zijn woorden die iets zeggen over het zelfstandige naamwoord dat erachter staat. Bijvoorbeeld:
De grote tafel
De mooie hond
Je schrijft een bijvoeglijk naamwoord altijd zo eenvoudig mogelijk.
Bezittelijke Voornaamwoorden
Als je wilt zeggen dat iets van jou, van haar of van hem is, dan gebruik je het bezittelijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord. De bezittelijke voornaamwoorden zijn:
- Mijn
- Jouw
- Zijn / Haar
- Ons
- Jullie
- Hun
Zinnen
Basis
Een zin begint altijd met een hoofdletter en eindigt met een punt of een ander leesteken zoals het vraagteken of een uitroepteken. Ook heeft de zin altijd een werkwoord die dan persoonsvorm wordt genoemd. Dus:
De kat krabt de krullen van de trap.
Een vraagzin maak je door het werkwoord of 'waarom' vooraan de zin te zetten. Dus:
Krabt de kat de krullen van de trap?
Persoonsvorm
Ja, ik kan wel zo makkelijk zeggen dat er in elke zin een persoonsvorm staat, maar hoe vind je die? Dat is heel simpel: Door de zin van tijd te veranderen. Vragend maken kan, maar als er meerdere persoonsvormen in de zin staan, wat bij een samengestelde zin vaak het geval is, krijg je er maar eentje. Bijvoorbeeld:
Mischa plukt de kip kaal. - Mischa plukte de kip kaal.
Onderwerp
Het onderwerp krijg je door jezelf de vraag te stellen: Wie of wat + Persoonsvorm.
Lijdend Voorwerp
Het lijdend voorwerp krijg je door jezelf de vraag te stellen: Wie of wat + Persoonsvorm + Onderwerp.
Meewerkend Voorwerp
Het meewerkend voorwerp krijg je door jezelf de vraag te stellen: Wie of wat + Persoonsvorm + Onderwerp + Lijdend voorwerp.
Bijzondere dingen in de Nederlandse Taal / Veel Gebruikte Woorden op DH
- 's Avonds is een geval apart. Net als 's morgens en 's middags. De 's staat voor des. Als het aan het begin van de zin staat, schrijf je het woord daarna met een hoofdletter.
- 'Misschien' schrijf je met dubbel S en met een I in het begin
- 'Echt' schrijf je niet met een 'g'
- Hoofdletters krijg je niet alleen maar aan het begin van de zin, maar ook bij plaatsnamen, namen van mensen en bij sommige afkortingen.
- Punten krijg je alleen maar aan het einde van de zin, tenzij er een afkorting in staat.
- Cijfers onder de twintig schrijf je voluit, daarboven doe je het met getallen. Als je in het begin van de zin een getal boven de twintig krijgt, krijgt de zin geen hoofdletter.
- Na een komma (,) krijg je een spatie.
- Na een komma (,) krijg je nooit 'en.'
Nawoord
Allereerst: Waag het niet dit op een andere site neer te zetten zonder toestemming, ben je je leven niet zeker! Voor de brave mensjes: Dank voor het lezen van deze cursus! Maar wat eigenlijk nog het makkelijkst is, is de spellingscontrole er overheen laten lopen zodat je zeker weet dat er geen spelfouten in zitten.
Omdat je in het RPG veel moet schrijven enz. is het wel handig om een beetje grammatica hierna te zetten. Dus ik zet hier een klein overzicht neer van de vervoegingen van werkwoorden etc. om te spieken als je het even kwijt bent.
Werkwoorden Tegenwoordige Tijd
Ik pak even het simpelste werkwoord van allemaal: Lopen. Of eigenlijk het werkwoord dat ik altijd gebruik.
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik loop
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij loopt
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij loopt
- Zoals je ziet gaat er bij de ik-vorm of de stam alleen bij het hele werkwoord 'en' vanaf.
- Bij de jij-vorm komt de 't' er in de tegenwoordige tijd bij. Let op: Het is 'Je loopt' maar 'Loop jij' dus als bij het werkwoord je of jij erachter staat schrijf je het als de ik-vorm.
- Bij de hij-vorm krijg je alleen 't' erachter. Ook als 'hij' achter het werkwoord staat.
In de meervoudsvorm gebruik je het hele werkwoord.
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij lopen
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie lopen
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij lopen
Zo werkt het ook met woorden waar je 'DT' krijgt. Stam + T. In het meervoud heb je daar niet mee te maken.
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik word
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij wordt
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij wordt
Gebiedende Wijs
Als je een Gebiedende Wijs in de zin wilt hebben staan, staat die meestal vooraan de zin en altijd in de ik-vorm, dus:
Loop eens naast me.
Werk eens wat harder!
Werkwoorden Verleden Tijd
En hier gaat het iets anders dan in de tegenwoordige tijd. Je moet eerst kijken of je met een sterk of een zwak werkwoord te maken hebt. Eerst iets over die twee:
Zwak Werkwoord
Mensen noemen ze zwak omdat ze hulp nodig hebben, of beter gezegd extra letters. In het enkelvoud is dat 'te' of 'de' en in het meervoud 'den' of 'ten.' De
Ik gebruik nu het werkwoord 'pakken:'
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik pakte
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij pakte
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij pakte
Zoals je ziet verschilt het enkelvoud niet en is dat gewoon hetzelfde.
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij pakten
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie pakten
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij pakten
En ook hier zijn de werkwoorden hetzelfde.
Maar nu de dubbelde T en dubbele D wanneer je die krijgt met het werkwoord 'pesten'
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik pestte
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij pestte
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij pestte
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij pestten
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie pestten
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij pestten
Sterk Werkwoord
Mensen noemen deze sterk, omdat ze veranderen. Bijvoorbeeld 'lopen', want dat verandert in 'liepen.' Nou veranderen niet alle werkwoorden die sterk zijn in een 'ie', dat verschilt per werkwoord. Een voorbeeld hier van met het werkwoord zeggen:
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik zei
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij zei
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij zei
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij zeiden
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie zeiden
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij zeiden
't K.O.F.S.C.H.I.P.
Het Kofschip is een handig hulpmiddel. Dan weet je wanneer 'ten' of 'te' erachter moet zetten. Dit kun je gebruiken bij zwakke werkwoorden. Je neemt dan het hele werkwoord, bijvoorbeeld 'verven' en vervolgens haal je 'en' eraf. Verv is met een V op het eind en die zit niet in het Kofschip, dus schrijf je het met een D in de verleden tijd of bij het voltooid deelwoord.
Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord bestaat altijd uit twee werkwoorden: De persoonsvorm en het voltooide gedeelte. De persoonsvorm is bij een voltooid deelwoord altijd een vorm van 'hebben' en 'zijn.'
H E B B E N
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik heb
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij hebt
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij hebt
Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij hebben
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie ebben
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij hebben
Z I J N
Eerste persoon enkelvoud [ik-vorm] - Ik ben
Tweede persoon enkelvoud [jij-vorm] - Jij bent
Derde persoon enkelvoud [hij-vorm] - Hij is
[I]Eerste persoon meervoud [wij-vorm] - Wij zijn
Tweede persoon meervoud [jullie-vorm] - Jullie zijn
Derde persoon meervoud [zij-vorm] - Zij zijn
Het tweede werkwoord krijg je meestal 'ge' of 'be' of 'ver' voor. Denk hierbij aan zin als:
'Ik ben begonnen.'
'Ik heb gepakt.'
'Ik heb verpakt.'
De letter die je erachter krijgt, vind je door het Kofschip toe te passen.
Zelfstandige Naamwoorden
Kenmerken
- Een zelfstandig naamwoord is iets waar je meestal een lidwoord [de, het of een] voor kan zetten. [Welke je ervoor zet kan je meestal horen]
- Een zelfstandig naamwoord is iets waar je meestal een meervoud van hebt
Meervoud
Een zelfstandig naamwoord in het meervoud zetten is niet bijzonder moeilijk. Meestal zet je er 'en' achter en eventueel nog een medeklinker [b, c, d, f etc.] zoals bij stal - stallen. Als je de medeklinker niet zou toevoegen, spreek je het uit als 'staalen' in plaats van 'stallen'. Een paar voorbeelden:
Stal - Stallen
Doos - Dozen
Kop - Koppen
Verkleinen
Dan krijg je er meestal 'je' of 'tje' of een medeklinker erachter. Dus:
Paard - Paardje
Stal - Stalletje
LET OP:
Koning - Koninkje
Ketting - Kettinkje
Bijvoeglijke Naamwoorden
Dat zijn woorden die iets zeggen over het zelfstandige naamwoord dat erachter staat. Bijvoorbeeld:
De grote tafel
De mooie hond
Je schrijft een bijvoeglijk naamwoord altijd zo eenvoudig mogelijk.
Bezittelijke Voornaamwoorden
Als je wilt zeggen dat iets van jou, van haar of van hem is, dan gebruik je het bezittelijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord. De bezittelijke voornaamwoorden zijn:
- Mijn
- Jouw
- Zijn / Haar
- Ons
- Jullie
- Hun
Zinnen
Basis
Een zin begint altijd met een hoofdletter en eindigt met een punt of een ander leesteken zoals het vraagteken of een uitroepteken. Ook heeft de zin altijd een werkwoord die dan persoonsvorm wordt genoemd. Dus:
De kat krabt de krullen van de trap.
Een vraagzin maak je door het werkwoord of 'waarom' vooraan de zin te zetten. Dus:
Krabt de kat de krullen van de trap?
Persoonsvorm
Ja, ik kan wel zo makkelijk zeggen dat er in elke zin een persoonsvorm staat, maar hoe vind je die? Dat is heel simpel: Door de zin van tijd te veranderen. Vragend maken kan, maar als er meerdere persoonsvormen in de zin staan, wat bij een samengestelde zin vaak het geval is, krijg je er maar eentje. Bijvoorbeeld:
Mischa plukt de kip kaal. - Mischa plukte de kip kaal.
Onderwerp
Het onderwerp krijg je door jezelf de vraag te stellen: Wie of wat + Persoonsvorm.
Lijdend Voorwerp
Het lijdend voorwerp krijg je door jezelf de vraag te stellen: Wie of wat + Persoonsvorm + Onderwerp.
Meewerkend Voorwerp
Het meewerkend voorwerp krijg je door jezelf de vraag te stellen: Wie of wat + Persoonsvorm + Onderwerp + Lijdend voorwerp.
Bijzondere dingen in de Nederlandse Taal / Veel Gebruikte Woorden op DH
- 's Avonds is een geval apart. Net als 's morgens en 's middags. De 's staat voor des. Als het aan het begin van de zin staat, schrijf je het woord daarna met een hoofdletter.
- 'Misschien' schrijf je met dubbel S en met een I in het begin
- 'Echt' schrijf je niet met een 'g'
- Hoofdletters krijg je niet alleen maar aan het begin van de zin, maar ook bij plaatsnamen, namen van mensen en bij sommige afkortingen.
- Punten krijg je alleen maar aan het einde van de zin, tenzij er een afkorting in staat.
- Cijfers onder de twintig schrijf je voluit, daarboven doe je het met getallen. Als je in het begin van de zin een getal boven de twintig krijgt, krijgt de zin geen hoofdletter.
- Na een komma (,) krijg je een spatie.
- Na een komma (,) krijg je nooit 'en.'
Nawoord
Allereerst: Waag het niet dit op een andere site neer te zetten zonder toestemming, ben je je leven niet zeker! Voor de brave mensjes: Dank voor het lezen van deze cursus! Maar wat eigenlijk nog het makkelijkst is, is de spellingscontrole er overheen laten lopen zodat je zeker weet dat er geen spelfouten in zitten.
Laatst aangepast door Boots op za 26 feb - 16:36; in totaal 2 keer bewerkt
_________________
Ik zou m'n leven ervoor geven niet dood te hoeven gaan. (Kees Torn)







VIP

