1
Iemand die mij hoort? op di 26 okt - 23:23
Casanova
Casanova schrok toen er ineens stoom langs hem omhoog kwam en sprong opzij. Hij keek verbaasd naar de warme lucht die uit een gat in de grond kwam. Hij snapte er niks van, 'hoe kan dat nou!?' mompelde hij tegen zichzelf. Hij stak zijn neus uit en snoof de stoom in, daar had hij gelijk spijt van. De hete lucht brandde in zijn neus hij brieste en trapte met zijn voorbenen naar de geiser. 'Stomme stoom' mompelde hij weer. Hij draaide zich om, Bah, ik vind het helemaal niet leuk hier. Hij zwiepte boos met zijn staart en sprong aan in galop. Hij galoppeerde in een, voor zijn doen, rustig galopje. Weer kwam er ineens stoom uit de grond vlak voor zijn hoeven, hij maakte een grote sprong opzij. Hij bleef gelijk stilstaan, keek om zich heen en liep stapje voor stapje verder. Hij was nu voorzichtiger dan net, en hield de grond goed in de gaten. Na een stukje lopen, en natuurlijk voor geisers aan de kant springen, kwam hij bij een sneeuw vlakte. Hier zal het wel veilig zijn bedacht hij. Hij liet zich op zijn knieƫn zakken waarnaar hij zich in de sneeuw liet vallen. Hij rolde een paar keer om en stond toen weer op. Door de sneeuw was hij weer mooi schoon geworden, niet dat het hem veel kon schelen of hij nou schoon was op niet. Hij zuchtte, zijn adem lieten witte wolkjes ontstaan. Hij keek om zich heen, hij voelde zich best wel alleen nu hij niemand om zich heen had. Hij hief zijn hoofd in de lucht en hinnikte een keer luid. Misschien zou iemand hem horen en op zijn hinnik afkomen.





