"Ehh, waar slaap jij vannacht? Ik bedoel, ik ben hier nog niet zo lang en ik heb geen flauw idee waar ik heen moet..." vroeg Amitié. Huh, waar sliep ze eigenlijk, dacht Samantha. "Uhm. Ja. Eh. Waar ik inslaap val, denk ik? Op een beschutte plek ofzo, onder een boom, in een grot, in het geval van de bloemenvelden tussen de bloemen." zei ze en grijnsde verontschuldigend. "Zullen we een stukje rennen? Ik heb best veel energie!?" vroeg de belgische merrie. Samantha knikte vrolijk, en sprong aan in galop. Het was een rustige, kalme handgalop, haar manen deinden elke keer dat ze een nieuwe galoppas zette mee met de beweging. Naast haar zag ze Amitié die mee ging. Ze brieste naar haar. Een koude wind, nog harder dan de vorige, trok aan haar manen en staart. Samantha richtte haar hoofd omhoog. Een volle maan verschool zich achter een donkere wolk, waarvan er trouwens steeds meer verschenen. De zon was helemaal onder, het was nu echt nacht. Sam was nog niet echt moe, maarja, was ze ooit moe? De wind versterkte, en waaide haar vacht en manen door elkaar. Sam schudde met haar hoofd, alsof dat wat zou helpen. Hmmz, slecht weer op komst? Ach ja, boeien. Een leuke stormwind kon wel lachen zijn, toch? Leuk, met de wind mee rennen, Sam had dan altijd het gevoel 10 keer zo hard als normaal te gaan, en haast te vliegen! Ze keek naar Amitié, die onrustig met haar oren draaide en een nogal nerveuze indruk maakte. Samantha had zin om; Wazzuuup te zeggen, maar dat leek haar niet zo'n goed idee. Op dat moment zei de merrie iets; "Ehh, Samantha... Er is nogal storm op komst denk ik..." Samantha knikte opgewekt. "Ja, volgensmij ook. Wel lachen eigenlijk. Tenzij het natuurlijk wel heel erg wordt, dan kunnen we beter een schuilplaats gaan zoeken. Maarja, bestwel kicken hoor, om voor zo'n storm weg te rennen!" zei ze optimistisch. Ze keek weer even naar de donker wordende lucht. Sam was niet stom. Eigenlijk vatte ze het niet zo onbezorgd op, zoals ze zojuist tegen Amitié verteld had. Beter gingen ze nu een schuilplaats zoeken, anders konden ze nog grote problemen zoeken. Maar ze had een vrolijk, onbezorgd antwoord gegeven aan Amitié zodat die niet nóg nerveuzer zou worden. Dat maakte het allemaal er niet beter op. "Nja, zullen we maar een schuilplaats gaan zoeken dan?" zei ze tegen Amitié. Het enige aan haar houding dat verraadde, dat ze wel degelijk zorgen had over de aankomende storm, was haar zwiepende staart. Toch bleef ze kalm en hield het hoofd koel.